Greep op het grillige

Toen ik ongeveer 15 jaar geleden als hulpverlener ging werken, werd ik door collega's gewaarschuwd voor cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis. 'Daar valt weinig mee te beginnen', 'Zó onberekenbaar', 'Die moet je begrenzen', 'Ga geen band met ze aan, dat kunnen ze niet aan'. Ik werd er bijna zelf bang van...

Gelukkig heeft de tijd niet stil gestaan. Mensen met BPD, oftewel borderline personality disorder, worden gelukkig door deskundigen niet langer weggezet als 'onbehandelbaar'. Eén van die deskundigen is hoogleraar klinische psychologie Arnoud Arntz van de Universiteit van Amsterdam. Al twintig jaar bestudeert Arntz de behandeling van mensen met een BPD-stoornis en behandelt hij patiënten. Afgelopen zaterdag (12/11/16) stond hij met een interview in de NRC. Op de vraag: 'Waardoor ontstaat borderline?' antwoordde hij:

"Sommige mensen hebben van nature meer aanleg voor stemmingswisselingen en impulsiviteit dan anderen. Maar bij mensen die borderline ontwikkelen is er meer aan de hand. Zij hebben in hun vroege jeugd een onveilige thuissituatie gehad of een traumatische gebeurtenis meegemaakt, waardoor ze niet ‘veilig gehecht’ zijn geraakt. Als kind zoek je intuïtief zorg en troost bij je verzorgers, je ouders. Maar soms zijn die verzorgers zowel een bron van steun als een bron van gevaar." (...) "Mensen met borderline hebben niet goed geleerd om hun eigen stress en emoties te reguleren, en ervaren een enorme paniek op het moment dat ze denken verlaten te worden – dan wordt dat angstige oergevoel uit hun jeugd getriggerd. Voor niemand is het leuk om bang te zijn, maar gezonde mensen raken dan niet compleet over de rooie, omdat ze op een gezonde manier om hulp kunnen vragen. BPD’ers hebben dat niet geleerd, en gaan dan uit radeloosheid vaak over tot hun destructieve acties".

Volgens Arntz kan de omgeving van iemand met BPD helpen door te luisteren, een veilige omgeving te bieden en grenzen aan te geven.

In zijn therapie met deze groep maakt hij gebruik van een combinatie tussen schematherapie en limited repartenting (ouderrol aannemen om de patiënt te helpen zijn emoties te leren hanteren.)

Borderline problematiek blijkt in de uitleg van Arntz dus een stuk normaler (want even eerlijk: wie van ons is eigenlijk wél 100 % veilig gehecht?) en lang niet zo onbehandelbaar als eerst gedacht: zo bleek in 2006 uit onderzoek dat met schematherapie maar liefst 52 procent binnen drie jaar van de stoornis af is, en ruim 66 procent sterk verminderde klachten heeft.

Ik ben blij met deze normaliserende kijk op BPD. Ook wij benadrukken binnen ons SAU onderwijs de grote rol die hechting in de ontwikkeling van psychopathologie speelt. Zo besteden wij veel aandacht aan zowel de hechtingstheorie als schematherapie binnen onze nieuwe post hbo opleiding Psychosociale Therapie.

Voor meer specifieke info over de behandeling van BPD, zie het boek van Arntz.